Waterloo is een plaats ten oosten vanFreetown, verspreid liggende dorpen eigenlijk, 500.000 mensen wonen er. Dichtbij de kust woont een engineer die bij Mercy Ships werkt en al eerder werkte, Emanuel. Met zijn vrouw zorgt hij voor 16 weeskinderen. Hij bouwt daarvoor een huis. Zijn inkomen verdient hij met boerenwerk, hij heeft 6 varkens, de stal is nieuw en schoon. Hij verkoopt de droge mest en bewaart de varkens voor de Kerst, dan brengen ze meer op. Met andere boeren heeft hij een nieuw rijstveld aangelegd, in september hoop hij daarvan te kunnen eten. De overheid heeft hem de nodige certificaten verleend voor het weeshuis. Hij groeide zelf niet op bij zijn ouders, toen hij 10 jaar oud was nam een familie hem mee naar Gambia, waar hij onderwijs volgde. Later keerde hij terug naar Sierra Leone. Zijn ervaring geen familie te hebben motiveert hem voor kinderen in eenzelfde situatie te zorgen. Kinderen horen niet op straat spullen te verkopen. Zij zijn de toekomst.
In een andere dorp zochten we collega’s op die daar 2 weken werken aan een sanitatie project. Oude bekenden. Dit dorp ligt ook laag, aan het eind van de inham in de kust, met mangrovebossen. Heerlijk groen. Een van de bewakers van het gebouw hield een vogel gevangen die verdoofd was door tegen een raam te vliegen, een zgn Kingfisher. Het beestje was ondertussen weer springlevend, maar de man vond het wel leuk hem nog een poosje aan een touwtje te houden. Dat vonden wij natuurlijk allemaal erg wreed. Uiteindelijk bezweek de man onder de smeekbeden van een aantal vrouwen uit het gezelschap en liet de vogel vrij.
Met collega Samuel bezochten Jaco Bosschaart en ik de twee musea in het centrum van de stad. Voor de kust hier verging ooit een schip van de Oostindische compagnie, een van de Chinese vazen werd opgedoken en staat hier in een vitrine. Aan de overkant van de straat zijn in een tuin muursculpturen te zien van historische gebeurtenissen zoals de chief van Bureh, die weigerde voor zijn eigen huis en grond belasting te betalen aan de Engelsen. Ook een monument ter herdenking van de burgeroorlog die duurde van 1991 – 2002. De gids wees de naam van zijn vader aan op de platen met namen van vermoorde soldaten. Samen zongen zij het nieuwe volkslied met een hand op hun hart. Toen wij later vroegen aan Samuel of hij kinderen had vertelde hij dat zijn zoontje 4 jaar is. 5 jaar geleden trouwde hij zijn tweede vrouw. Zijn eerste vrouw en kind werden gedood toen zij op een landmijn liep. Hijzelf loopt mank door onherstelbaar letsel aan zijn voet.
Na 5 weken heb ik wel de feeling met de straat gekregen om alleen op pad te gaan in de stad. Met de paraplu van Idelet. Onder het afdak van een Methodistenkerk schuilde ik een half uur voor een wolkbreuk. Het was geweldig. Trompetisten, drummers en de kerk zong! Later liep ik op de heuvel waar de parlementsgebouwen staan, met een fantastisch uitzicht op zee. Het was eigenlijk al mijn afscheidswandeling. ma di en wo werk ik, donderdag vlieg ik naar Brussel. Vanmorgen was ik met een collega naar een kerkdienst, in de President Kennedy school. De meerdere voorgangers spreken niet in tongen maar geraken wel in extase. Dat geeft via de luidsprekers van die overbelaste pieptonen. Boven ons vergadert een andere kerk, met 300 mensen denk ik. Er zijn drummers, maar ook zonder drummers is het of het plavond beweegt, want alle 300 mensen stampen met hun voeten terwijl ze 4 stemmig zingen. Op de voorste rij zeg ik met oordoppen in mijn oren tegen mijn Afrikaanse collega, tevens voorganger, dat ik achterin ga zitten. Ik loop uiteindelijk buiten wat rond en hoor met mijn oordoppen nog in dat er in een ander gebouw op het terrein nog een kerkdienst is. Als ik weer achterin de zaal ben gaan zitten komt mijn collega naar mij toe, de mensen willen graag voor mij bidden. De geluidsinstallatie gaat uit. Zij vragen God mij te beschermen tegen het kwaad en de kwade geesten in mijn persoonlijk leven, in mijn werk, onderweg op straat, op zee, in de lucht. En zussen, voor jullie is ook gebeden. Daar denk ik nog een poosje over na en bespreek het thuis met een Europese collega en zijn vrouw. Als ik later in de stad loop denk ik dat er een noodzakelijke balans is ontstaan nu ik voor de tweede keer in West Afrika ben. Wij lopen in Nederland op een tweebaans brug. Allemaal aan een kant en zijn ons maar af en toe bewust van de baan aan de andere kant. Maar we realiseren ons niet dat wanneer er niemand zou lopen op die andere baan, wij allemaal van onze baan in zee zouden vallen. Op de baan naast ons is het zwart van de mensen, waarvan er steeds meer bidden en zingen van een nieuwe wereld zonder kwaad. En wij zijn ons vaak van geen kwaad bewust. West Afrika is mij dierbaar geworden.



















