Eglise. Zondag 29 november ging ik naar de Eglise Reformee Confessante au Benin (ERCB) in Cotonou. Theophile was de voorganger, hij preekte in het Frans wat vertaald werd in Fon. Na 7 maanden is het voor mij nog steeds moeilijk de preek te volgen. Théophile Djodjouwin volgt een theologische opleiding in Porto Novo en hoopt volgend jaar af te studeren. Hij is dan klaar om voorganger te worden. De schriftlezingen worden gedaan door gemeenteleden, uit de Franse Bijbel, ook weer vertaald in Fon. Kinderen zitten op houten bankjes vooraan, twee mannen lopen rond met een riet en zien toe of ze wel opletten. Tijdens het slot gebed neemt een oudere vrouw vanaf de achterste bank deze taak op zich, zonder rietje. Wie niet stil zit, of op de bank gaat liggen wordt rechtop gezet. Dan heeft de dienst 2 ½ uur geduurd. Hoe verder de dienst vordert, hoe enthousiaster het zingen en dansen. Na de dienst is er ijs. Bij de deur verkoopt een van de vrouwen bevroren yogurt in plastic zakjes aan jong en oud. Lekker hoor, ondanks de heerlijke verkoeling door de ventilatoren aan het plafond en de open vensters blijft het warm in de kerk.We nemen afscheid van elkaar, vreemd, net of het niet echt is dat afscheid. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat ik vanavond wegga en ook niet dat ik hier nooit terug kom. Buiten in de straat hangt een vrouw de was op en komt de ijskar van Fanmilk voorbij met zijn toeterje, zo een die wij vroeger op onze step hadden. Met Rasta loop ik door het mulle zand de straat uit, altijd zand in mijn sandalen, niets waard die open schoenen. We nemen een brommertaxi naar huis, voor het laatst over de lagune. http://picasaweb.google.com/akkeravanden/EgliseReformeeConfessanteDeBeninERCBCotonou#
Terug op het schip is Gry begonnen mij te helpen met opruimen, ze stofzuigt de cabin, geweldig. Voor het inleveren van het beddengoed bel ik de pager van hospitality en pak verder mijn koffers in. Teveel kleren, te veel toiletartikelen. De vrouwen bij de haven zijn er blij mee. Het is nu al vreemd, al die Afrikaanse kleding in mijn koffer, goed dat ik eerst naar Egypte ga. Daar schijnt de zon nog helder, ik kan me niets voorstellen bij Afrikaanse stof in de Nederlandse winter met Sinterspeculaas en Kerstkaarsen.
Ambassade. Om 15.30 rijden we met Mercy Ships landrovers naar de Nederlandse Ambassadeur Wouter Plomp en zijn vrouw. Hij heeft vandaag alle Nederlanders in Benin uitgenodigd bij hem thuis voor een barbeque in zijn tuin. Erg fijn, alle Nederlanders die ik in Benin heb leren kennen waren er. Gezellig, Wouter stelde even drie groepen op in zijn tuin voor de orientatie: de medewerkers van Mercy Ships, zo’n 20 mensen, alle ambassademedewerkers, en zij die werken voor bedrijven, ONG’s en kerken. Bij elkaar ongeveer 55 mensen (?). Kinderen speelden in het zwembad. Zoals gebruikelijk in Afrika was er vis, schaap en kip op de roosters. Midden in de tuin een oude accacia-achtige boom. Afscheid nemen van mensen die ik over een maand weer in Nederland hoop te zien, vreemd, maar daardoor is het afscheid opeens veel meer realiteit. http://picasaweb.google.com/akkeravanden/NederlandseAmbassade#
Depart. Afscheid van de collega’s van de Africa Mercy uit landen rond de wereld, vast tot ziens thuis of op de Africa Mercy in Togo, Congo of elders. Met Afriqiya Airways vlieg ik om 01.30 naar Tripoli. Als een koude douche daar, het lijkt wel oorlog, wat een stroeve strenge zwijgzame mannen op de luchthaven. Brrr. Mijn paars/roze tuniek met witte broek die ik voor de gezelligheid had aangetrokken staat hier nogal vreemd tussen al dat zwart bruin en grijs. Net of de winter hier al begint. Gelukkig mag ik om 09.00 doorvliegen naar Cairo, langs de Middellandse zeekust,
overal een stralend blauwe lucht, de zee, over de oranje woestijn, waar de witte wolkjes met hun schaduw op de grond net bloeiende amandelboompjes lijken. Prachtig. Weer op weg naar de zon.
Egypte. Op de luchthaven Cairo moest de piloot een doorstart maken, vanwege turbulentie was het vliegtuig vlak boven de grond nog niet stabiel genoeg om te landen. Ook al weet je dat het prima kan gaan, het was een angstige ervaring en ik stelde me al voor dat we ook zouden kunnen neerstorten hier in de woestijn tussen de graven van de Farao’s. Het was stil in het vliegtuig en velen baden. Zo vlogen we nog eens
een wijde boog boven de pyramides van Gizeh en Sakkara, de Nijl, de stad, zo’n scherpe grens tussen het groen bij de Nijl en de woestijn, en maakten tenslotte een zeer zachte landing. Heerlijk weerzien met Daniella, Essam, Jassin, Taha, Joan en Marloes. Wat een heerlijk lichte atmosfeer hier. Frisse droge wind en een stralende zon. Ik geniet van het kippenvel op mijn armen als de zon ondergaat.
Op het dak hier in El Obour City 6 sth Area, II, schrijf ik dit laatste West Afrika epistel.
. .















































